De wonderfluit

M. Reynvaan

Op eenen avond toen de bloemen zwaar geurden

En ook de blaren aan de boomen, kwam op windluwt'

Tot mij het lied van eene verre fluit.

Toen sneed ik van de knots een wilgentak en vloog mijn lied,

het antwoord gevend door den weelgen nacht.

Sinds dezen avond hooren, waneer de avond slaapt,

De vogels een gesprek in wat zij zingen.