Minnelied

Mendelssohn, Felix

Heerlijk klinkt de vogelzang,

Als mijn lief, mijn leven,

Die mijn jeugdig hart innam,

Wandelt door de dreven.

Roder bloeien dal en wei,

Groener wordt de aarde

[Waar mijn lieve vrouw in mei

Lentebloemen gaarde.]

Zonder haar is alles dood,

Kwijnen bloem en kruiden;

En geen lenteavondrood

Kan mij vreugd bereiden.

Lieve, liefelijke vrouw,

Wil toch nooit meer weggaan;

Dat mijn hart, als deze gouw,

Moge blij in bloei staan!