De dertele Sater

P. Ketting

De dertele Sater,

De boksvoet vast hippelt,

Langs d'oevers van 't water,

En beitelt, en trippelt

Met alle zijn vrijsters,

Die zingen als lijsters.

Het veld is vol vreugd.

O vrolijk leven! o zoete jeugd!

O wrede vriendinne,

Wie kan u bewegen?

Hoe trouw ik u minne,

In hagel en regen,

Gij vlucht even vlugge,

En biedt me den rugge.

Ik jammer ontsteld:

Geen klachten baten: mijn leven smelt.