De schipper

P. Ketting

De schipper:

Het water van de gracht is grijs

Als de ogen van de schemering --

Ik neurie steeds op eend're wijs:

Lieveling, lieveling --

De schippersmaat:

Ik die de witte zeilen hijs

Zit op het grote roer en zing --

Het leven is een vreemde reis,

Ons hart een donker ding --

De schippersvrouw:

Ik weet dat ik niet veilig reis

Als niet de witte vreemdeling

Voor de boot uit naar 't paradijs

Over het water ging...