Maria zingt in gouden avondstond

R. Veremans

Maria zingt in gouden avondstond

met blanke kele

en roden mond.

De rozen staan op hoge stelen,

een vogel luistert in het riet.

Dan sluimert 't kind in haren schoot;

haar ogen zijn van weelde groot

en in haar mond verzoemt het wiegelied.

De maanschil perelmoert in 't water,

maar in de schaduw sluipt de dood.

Gelukkiglijk, dat ziet ze niet,

Dat is voor later.