Boschvijver in den nazomer

T. de Vries

De blanke pijlers van de grauwe brug

Zijn witte spoken in de schemering.

De zwarte boomen staan in tooverkring.

De vijver glimplekt, koud metalig stug.

Gelijk een sneeuwvlok drijft een zwanerug.

Een late vogel klaagt met vreemd gezing. •

Mijn hart klopt zwaar, of wanhoop mij beving.

Ik durf niet verder, 'k durf ook niet terug.

't Is me of ik eeuwig zoo zal blijven gaan,

In bleeken schemer, zonder zon of maan,

In treurend grijs van zoel nazomerweer

En enkel hooren 't smartebang gezing

Van d'éenen vogel, als de erinnering

Aan hoop verloren zonder wederkeer.