Der Tanz der Götter

T. Marez-Oyens

Ik nam mijn fluit van zuiver jade en zong,

Zong voor de menschen diep ontroerd mijn lied.

De menschen lachten, zij begrepen 't niet.

Daar hief ik smartvol naar den hemel op

Mijn fluit van jade en zong mijn eenzaam lied

De goden voor. En zie, de goden waren

Verblijd en dansten, in doorgloeide wolken,

Naar 't rythme van mijn eenzaam lied.

Nu zing ik ook mijn lied de menschen voor

Tot vreugde en nu begrijpen zij mij ook,

Speel ik het lied melodisch op mijn fluit,

Die is van jade.