De schalmei

W. Franken

Zeven zonen had moeder:

Allen heetten Peter,

Behalve Wankja die Iwan heette.

Allen konden werken:

Een was geitenhoeder,

Een vlocht sandalen,

Een zelfs bouwde kerken,

Maar Iwan die Wankja heette

Wilde niet werken.

Op een steen in de zon gezeten

Bespeelde hij zijn schalmei.

O mijn lieve,

Mijn lustige,

Laat mij spelen.

In de schaduw van mijn

Korte rustige vallei

Laat anderen werken

Sandalen maken of kerken.

Wankja heeft genoeg aan zijn schalmei.