Voor de verre prinses

W. Franken

Wij komen nooit meer saam:

De wereld drong zich tussenbeide,

Soms staan wij beiden 's nachts aan 't raam,

Maar andre sterren zien we in andre tijden.

Uw land is zoo ver van mijn land verwijderd:

Van licht tot verste duisternis - dat ik

Op vleuglen van verlangen rustloos reizend,

U zou begroeten met mijn stervenssnik.

Maar als het waar is dat door groote droomen

Het zwaarst verlangen over wordt gebracht

Tot op de verste ster: dan zal ik komen,

Dan zal ik komen, iedren nacht.