Offerande
W. Iongh
Aarzlend betreed ik, vromer nog en blooder
Dan ' t blootvoets kindje een kathedraal vol psalmen,
Uw hooge zaal, vol zacht geruisch van palmen,
O reine Geest! o heil'ge Passiedooder!
Traag schrijdend draag ik, in den krachtig -kalmen
Adem van d'avond, ' t hart dat vlamde al rooder
En rooder in mijn borst: die menschvergoder
Wil langer niet bij schijn en schepsel talmen.
Neem uit mijn handen, eer ' t mij gansch verbrande,
O Gij die ' k voel mijn groot verlangen zegenen!
Dit arm krank hart als vlammende offerande.
Laat op mijn aanschijn Uw genade regenen,
Dat zonder zonde ik leve en veilig lande
-- Zoo weze Uw wil! – in ' t Rijk der Aarde ontstegenen!