Machtmoéd

B. Van den Sigtenhorst-Meyer

Het blauw des hemels kleurt zich groen:

de middag en zijn hitte zijn voorbij.

Het dorpje in de schaduw van de hoge tempelzuilen

baad in oranje bloesemgeur,

en op het hoekje van 'n wal zit stil Machmoéd en fluit.

Hij fluit en fluit zo mooi,

dat achter hare sluiers de vrouwen vol verlangen

staren naar de kant vanwaar dat fluiten komt.

En zelfs de vrouw des Cheiks van uit haar harem-raam,

naar deze zanger tuurt en peinst:

“Wat is er schoner bij dit gouden avondlicht,

die zware bloemen geur of deze fluitmuziek?”

En onbewust vervolgt Machmoéd z'n hoge lange tonen.