Zonnenweelde

B. Van den Sigtenhorst-Meyer

Over de bloeiende veldenstraalt d 'Egiptische zon.

Aan de voet der rotsen ligt de ruïne van een tempel.

Wouwen zweven rond, grote bruine wouwen.

En op de velden staan zilverreigers,

roerloos loerend op hun prooi.

Een herdertje zit aan de weg

en is verdiept in z'n fluitje.

Kamelen deinen zwaarbeladen langs hem heen.

Zo gingen eeuwen hier voorbij,

gingen de jaren duizenden!

En alles is nog steeds zoals het was,

tot zelfs de weemoed in de tonen van het fluitje.