Hoe vrolijk is toch Mei

Brahms, Johannes

Hoe vrolijk is toch Mei

de tijd brengt vreugde voort,

en bloempjes velerlei,

eenieder naar zijn soort,

dat zijn de fijne rode roos,

het veil en klaver groen,

van ware liefde scheiden

is geen doen.

Een vogeltje ging zingen

de tijd bracht vreugde voort

haar liefde deed me smelten

haar stem had me bekoord:

Mag ik, mijn lief, je vragen vrij

geef toch gehoor aan mij.

Ach toe nou, liefste meisje

kom bij mij.

Na vele diepe zuchten

kom ik toch zeker weer,

na kommer en na lijden

zie ik je blik zo teer.

Ik bied je, die ik kiezen wou,

wat ik je geven zou,

mijn trouwe, jonge hart

dat is voor jou.