O Gij, zonnige wonnige wereld!
E. Hullebroeck
Hoe stoeit nu der Lente levenâam
door woud en weide en veld!
Reeds slaat de lijster in bosch en braam,
de leeuwerik zingt met de boschvink saam:
O, gij zonnige wonnige wereld!
Straks komt de Mei en het woud heeft saan,
zijn reuktent opgesteld;
Sneeuw witte wolken de lucht omgaan,
en boomen en tronken vol rozen staan:
O, gij zonnige wonnige wereld!
O Jongens en meisjes omkranst uw hoofd,
ten dans om de linde gesneld;
Wat heden prijkt is morgen ontlooft,
en het sneeuwt en stormt eer 't een gelooft.
In de zonnige wonnige wereld!