Ten kruisweg wordt begraven

F. Van der Stucken

Ten kruisweg wordt begraven

Wie't leven zich benam;

Daar groeit eene kleine bloeme,

De blauwe zondaarsbloem.

Ten kruisweg stond ik en zuchtte

De nacht was kus en stom,

In't maanlicht zoo langzaam en treurig

Neeg de arme zondaarsbloem

Der arme zondaars bloem!