Aan de schoonheid

H. Bijvanck

Schoonheid zijt gij nabij -

Mag ik op uw zilveren vingers hopen -

Scheuren uw diepe hemelen open -

Puilt uit den nacht uw schitterend lijf?

Schoonheid ge herkent uw zoon -!

Ik sta op de berg tot uw stralende stippen -

Hef gij mijn hoofd en sneeuwwitte lippen

Tot uw duizelende gelaat! - - -

Schoonheid uw stille ademtocht

Heeft weer mijn wankelende hart bewogen -

O! de steilten uwer oneindige oogen

Zijn al mijne snikkende nachten waard.