December

H. Bijvanck

Al de bladers zijn verdronken

In het water, in de regen,

En het donker bosch gaat open,

En de droppelige stronken

Staan verlaten van de wegen -

Kille winter laat één sprokkel

Aan een hart dat niet mag hopen!

Al de zon is uitgeblonken,

En het jaar is heengezegen,

En mijn handen zijn nog open,

En mijn hart is leeggeschonken,

En het heeft niets weergekregen -

Schemer laat één lichte sprankel

Aan een hart dat niet mag hopen!

En de dag is neergezonken,

En de nacht is opgestegen,

En mijn oogen zijn nog open,

En zijn duizend witte vonken

Hebben zoo doodstil gezwegen -

Klare nacht laat ééne starre

Aan een hart dat niet mag hopen!