Zing, mijn lieveke, zing

J. Röntgen

Zing, mijn lieveke, zing het lied,

dat droeve bloemharten doen klinken,

als hun ontzinken

zachtkens allen de vallende blaan,

't lied der moeden, die rusten gaan.

Hoort ge, lieveke, 't ruischen niet?

Doodwind komt over de landen gevaren,

bloemen en blaren

allen vindt er de winter bereid

hem te volgen in eeuwigheid