O Jesu vol genaden
J. Tinel
Quid retribuam?...
O Jesu, vol genaden,
wie zal [mij nu beraden
hoe 'k U bedanken moet?]
'k En weet van veel gebeden
den zin niet, of de reden:
och, help mij, Jesu zoet!
Uw Vleesch, uw Bloed, uw Leven
hebt Gij aan mij gegeven,
U zelven heel en al;
[en ik, 'k en weet wat weerd is,
noch wat van U begeerd is,
noch wat ik geven zal!]
Mijne armoe wilt verrijken,
o Jesu, en niet kijken
als naar Uw eigen goed:
U geve ik U, al beven:
wat kan ik beter geven
als U, o Jesu zoet!
Uw Herte zij, en 't mijne,
in blijdschap en in pijne
vereenigd: en, voortaan,
ach, mochte ik, zoo gebonden,
en vrij, met U, van zonden,
den weg des hemels gaan!