Wiegelied

J. Vink

Kindje moe,

Oogjes toe,

op moeders schoot

slaapt ge u groot

groot en goed wordt moeders Kind

zoodat ieder 't Kindje mint

Lieve hart,

dat nooit smart

uw slaap verjaag',

sluimer gestaag

Tot ge eens wakker zijt

en door wak'ren zin verbijdt

't Kindje rust,

moeder kust

't lief gezichtje

van het wichtje

Droomend van dit zacht gekoos

slaapt het Kindje als een roos

Slaap maar liev'ling, rust maar zacht

moeke houdt bij 't wiegje wacht.