Afscheidsduet Ivo–Stella

L. Mortelmans

Stella

De lucht is dik en dijzig,

De wilde golfslag jaagt en driest!

De brullers stormen lijzig op 't strand,

Dat barnt en briest.

O, moest nu Ivo zijn op zee,

Hoe zou de vrees ons hart beknellen;

'k Ben onbekommerd noch gerust.

De schaduw valt nu donker, droever,

Op 't buldrend vlak en op den oever

Het witte schuim spat op de ree

En bleek van woede rijst de zee!

Ivo

Mijn Stella lief, ik vind u hier

Alleen in 't vreeslijk stormgetier.

En waar is moeder?

Stella

Hoe zorgzaam is een moeder, Ivo!

Zij was bekommerd voor haar zoon,

En ging juist zien of alles vaardig

En veilig is ter torenwoon.

Niets evenaart het hart der moeder.

Ivo

En mijne lieve vrouw?

Mocht iemand ooit verwerven

Een schat van liefde en trouw,

Als dien ik mocht beërven

Als d'allereerste band uw hand

Snoerde aan mijn hand!

Ik meende voor den echt

Met gans mijn hart en zinnen

Aan u te zijn gehecht.

Ik voel nu dat daarbinnen

De liefde van den man

Nog sterker blaken kan!

O Stella, die ik als maagd

Meer lief had dan het leven,

Nu gij het leven draagt

En mij weldra een loot zult geven

Van eigen bloed:

Mij dubbel lief en zoet.

Stella

Ik draag uw leven in mijn schoot,

Nu is mijn vreugde rein en groot.

Maar Ivo wat zou 't wezen moest gij nu zijn in zee?

Ik zou 't besterven van angst en vreze.

Ivo

Die angst heeft Bolton ons gespaard,

Hij was hier veilig voor gevaren,

Hij zwalpt nu op d'onstuime baren.

Stella

Hoor, hoe de roofster buldert en schudt haar wilde lokken

En werpt het schuim met vlokken verwoed omhoog!

Zie, hoe ze toomloos wentelt en steigert naar den hoge,

Alsof ze u wilde grijpen en verslinden wou!

Ach, mijn liefste man!

Ivo

'k Moet voort, de kimmen grauwen.

Stella

Kom achteruit, ik sidder en ik gruw!

Het monster hunkert snood naar u,

En huilt en buldert dood!

Ivo

Ja, moest ik wezen nu op zee,

'k Zou denken, 't is de laatste maal.

'k Moet weg en kan niet weg!

Mijn allerliefste, zeg mij van te gaan!

Wat valt het scheiden, mijn Stella,

moeilijk voor ons beiden.

Stella

O blijf, en zeg mij nog een woord.

Ivo

O Stella, 'k moet voort!

Stella

O, blijf nog hier!

Ivo

Mij roept de plicht!

Een kus! Nog één!

'k Stook dubbel deze nacht voor dubbel licht!

Stella

Hoe huilen nu de hoge baren!

Hoe vaal en grauw ziet nu de zee!

Dat woord: Moest ik wezen nu op zee,

'k Zou denken 't is de laatste maal!

(gejaagd)

Mijn Ivo! Ivo! Wacht ik kom!

Ik blijf bij u! 'k Ga mee met u! Keer wederom!

Ach, hij is weg! Hoe is mijn hart bekneld,

Hoe schroeft de angst mijn keel.

Mijn Ivo! Mijn Ivo!

O zee, uw wrede stemmen snerpen mij door het bange gemoed.

Daar rijst het dodenveld, dat rustloos deinen doet

Uw eeuwig wiss'lende terpen!

Oh zee! Oh zee!

Uw wrede stemmen snerpen mij door het bang gemoed!