Morgen in Mei

P. van Antwerpen

Een vroolijke voorjaars Morgen

een zonnige Morgen in Mei

zacht hullend in roze en in goudglans

de bloeijende wazige wei

Daar zwerven een knaap en een meisje

zoo blond en zoo jong als de Mei

met wangen als blozende rozen

en popelend hart in door de wei.

Haar mondje zoo rood als een meikers

bekoort hem en lokt hem zoo lang

Nauw raken zijn schuchtere lippen

het perziken dons van haar wang.

Daar drukt hij haar fluks in zijn armen

en kust haar wat maakt hem koen?

De vogelen juichen van liefde

en bouwen hun woning in 't groen.