Mijn Troost

W. Andriessen

Mijn troost, mijn oogenlust,

Als gij mijn oogen kust,

Is't of in rozen rust,

mijn zalig droomen.

Een hemelrozenbrand.

Een avondtooverstrand.

Een bloeiend sprokenland,

vol rozeboomen!

Mijn troost, mijn hartelust,

als g'ín uw arm mij sust,

Is't m'of aan't hart ik rust,

van blauwe meren!

Daar zie ik zwanen gaan,

en blank in waas van maan,

een toren statig staan,

dien meeuwen scheren!

Mijn troost, mijn bloem, mijn Licht!

Als g'aan mijn boezem ligt,

Dan zie'k een zoet gezicht

van groene landen!

In pracht van hemelgoud

Heel d'aarde een vredewoud,

waar zich tot bede vouwt,

mijn stil paar handen.