Voor de liefste

W. Andriessen

In zachte klanken saamgebracht,

heb ik uw zoeten naam gedacht,

o mijn lief, uitverkoren,

die 't liefst mij aller dingen zijt,

die ik mijn hart heb ingeleid,

en eeuwig zal behooren!

Dit lied is voor de liefste mijn.

Dus zal 't als mijne liefde zijn:

als een gesmeedde keten

van rijm aan rijm aaneengehecht,

en om twee harten heengelegd,

die van geen scheiden weten!

Ik zoek in's harten innigheid,

herdenkend uw aanminnigheid,

naar rijmen, uitgelezen,

die'k schoon als bloemen, binden zal

en rond uw lief hoofd winden zal,

dat't zal geheiligd wezen!

Want mijn arm hart was zwerveling,

dat dikmaals ten verderve ging,

waar't niet door't Lief behouden.

Nu laat dit hart zijn zwerven na,

en ik zal, tot ik sterven ga,

op U, mijn Lief, vertrouwen!