Middag

C. Kee

De zon is boven heuv'len uit

Gestegen in zijn gang,

En de aarde ligt als zonnebruid

Omvloeid door licht en zang.

O alles gloeit in klaren praal,

Gedrenkt van zeeg'nend licht,

Geraakt door 't bliks'mend zongestraal,

Verblind van aangezicht.

De zonneflitsen boren rond,

En dringen in mijn bloed;

Ik lig te rusten op den grond,

Bedwelmd van zonnegloed.