Bij een doode

H. Badings

Lief, ik kan niet om hem weenen

Waar hij stil en eenzaam ligt

In het schoon doorzichtig steenen

Masker van zijn aangezicht

Dat de dingen er om henen

Met zijn bleeke toorts belicht.

Lief, ik kan geen tranen vinden

Als mijn hart hem elders peist,

Waar zijn ziel met de beminde

Sterren van den avond rijst

En ons, dagelijks verblinden,

Hooger wegen wijst.

Naar de heemlen van de lage zoden

Stijg' de gouden offervlam!

Wie kan weenen naar de vroeg vergoden

Die de dood ons halen kwam? -

Tranen, lief, zijn enkel voor de dooden

Die het leven nam.