Morgen

H. Badings

Morgen moet gij zeker komen:

Morgen wordt een dag der dagen,

Morgen worden duizend vragen,

Schijn en schaduw weggenomen;

Morgen moet gij zeker komen!

Door de schemerijle wanden

Van het ondiep zomerduister

Tasten oogen, tasten handen

Naar den morgenlijken luister

Achter schemerijle wanden.

Maan met helle schaduwstrooken

Heeft de heemlen overtogen,

Dat aan aardes peel gedoken

Onze zielen rusten mogen,

In den diepen slaap gedoken...

Morgen wordt een dag der dagen;

Morgen moet gij zeker komen:

Schijn en schaûw van duizend vragen

Worden morgen weggenomen:

Morgen wordt een dag der dagen!

Elke zon stijgt vroeger, lichter

Boven glans van dauwen wazen;

Iedere avond haalt ons dichter

In zijn sterrenvol verbazen,

Lichten achter lichten lichter.

Teêrder voelt ons hart zijn vader

Neigen naar zijn innger missen;

Zachter trekt zijn liefde ons nader

Aan zijn harts geheimenissen -

Lief, het hart van welk een vader!

Immer sterker en gezonder

Waakt de ziel met klaarder oogen

Tot zij straks het louter wonder

Zien aan nevellooze bogen,

Niets meer dan het louter wonder...

Morgen moet gij zeker komen:

Morgen wordt een dag der dagen,

Morgen worden duizend vragen,

Schijn en schaduw weggenomen;

Morgen moet gij zeker komen!