Droomtij

H. Kauder

Hoe is de hemel zoo nabij!

Ben ik in hem of hij in mij?

Laat los! Mijn vaartuig, nu voor stroom,

Voelt zich getrokken naar de Droom.

Gij spreekt tot mij, gij ziet mij aan -

Ik zie u in de verte staan.

Ik leef al in een ander land -

Van d'oever wuift voor 't laatst uw hand.