Meidag

H. Kauder

Hoe nabij,

Hoe als eerst,

Glanst het boschje en straalt de wei,

Schalt de leeuwrik die met zang de lucht beheerscht.

Zorgenvol

Liep ik uit,

Eer ik 't wist kwam Lente en zwol

De oogen vol met groen me, de ooren vol geluid.

Wie bleef jong?

Wie werd oud?

Lente lachte en mijn hart zong

De eigen tonen over die ze een knaap vertrouwt.