Toen ik me 't eerst uw liefde dagen zag
H. Mulder
Toen ik de dingen zong, die 'k had aanschouwd
Van aarde en lucht en die ik vond in 't stof
Van oude mythen en legenden, of
In eigen ziel, waar 'k zeer meê was vertrouwd; --
Toen waren al mijn zangen leeg en koud,
Mijn verzen slap, mijn beelden dood en dof,
Maar u aanschouwend heb ik te uwen lof
Dit werk ten onverganklijk huis gebouwd.
Hoe kunt gij dan nog zeggen dat mijn hart
Mijn oog beliegt en 't zien doet wat niet is,
't Een droombeeld tonend waar het gaarn op staart;
Daar ik toch veel gevonden heb op aard,
En ook iets in mijzelven, naar ik gis,
En toch door niets zó begenadigd werd.