Vestig die ogen niet op mij
H. Mulder
Vestig die ogen niet op mij; hun blik
Is stijf als van wie stierf in gruwbre pijn;
Hef niet die handen, -- 'k zag ze lang -- zij zijn
Doorboord; -- o God, geronnen bloed kleeft dik
Op uw gewonde voeten: -- neen, verschik
Ze niet in hunnen dood: -- daar is een schijn
Van stille glorie rond Hem, en op Zijn
Gelaat zie 'k eindloos leed, maar vrees noch schrik.
O liefste God, dien 'k liefheb wijl Ge lijdt,
Sluit Gij mijn ogen, dat ik niet meer zie,
Bind Gij mijn lippen dat ik niet meer spreek!
Opdat ik niet tot stervens bang uitbreek
In hoon en enen storm van snikken, die
U zoude smetten in Uw heerlijkheid.