Swaentjen
B. Van den Sigtenhorst-Meyer
Zwaantje, die haar hartenwee
aan haar lief niet dorst verklaren,
zat en klaagde 't aan de baren
op de oever van de zee:
'Straf is hij, en bitser mee,
dan de noordewind te vijnen,
koeler dan de watervliet,
spitser dan het droge riet,
schoner dan de zonneschijnen.'