Dauwdrop

H. Schouwman

Ik' k ben een dauwdrop, ben een glanskristal,

mijn wieg, mijn woning, is een fijn - groen blad,

van tak, die welft hoog boven ' t voorjaarspad

van ' t groenend bosch in ' t overheerlijk dal.

Mijn leven is maar kort, ik geef en glans,

breng lafenis en vang het zonnevier

en spiegel weer dat tintellicht gezwier

en leef in ' t wonder van een tooverdans.

Ik ben een klein heelal van licht doorblonken,

bevend op de wieg'ling van den wind,

een dans vliedt heen, een nieuwe dans begint,

En telkens spelen vluchtig - ijle vonken.

En elke vonk laat een erinn'ring achter,

en ' t diep geluk wordt mooier nog en zachter.