Een libel
H. Schouwman
Is 't blauw, is 't goud, is 't zonneglans,
gevangen in een staaf van blauw,
zoo teer als de oogen van een vrouw,
luchtwezen, gij, die zwiert in dans,
en over 't wijde water zweeft
en trilt, omdat gij leeft?
Wie heeft uw wonderkleed geplooid,
wie wierp het uit en lachte blij
om al die mooie goudkleedij,
door 't teere blauw vermooid?
Een met een lente-blijden wil
volbracht het wonder stil.