Nu buigen de halmen
H. Schouwman
Nu buigen de halmen door 't windje bewogen,
zachtekens zacht,
de zon schijnt op aren, die dansende varen
in goudene pracht.
Naar 't spelen der vlagen, die komen getogen
in lichten kadans,
gaan òp zij en neder en rijzen daar weder
in 't zonnegeglans,
Een vreugde van leven werd in mij geboren,
die weet van geen nacht,
bij 't zingende koren, ging onrust verloren,
Zachtekens zacht.