Gister avond
G. Huberti
't was gister d'avond wind, die door 't zoetvolle kwellen,
ons bracht het fijn gegeur der bloem, die nachtlijk bloeit.
De nacht viel in, de vogel sliep, de vogel sliep in ruischabeelen.
De lente geurde min dan uwe jeugd mocht streelen,
de starren straalden min dan uw blik, die mij boeit!
En ik, ik zuchte stil, thans is de ure gekomen,
der ziel die voelt en zingt het lied vol liefde gloed.
De nacht was rein, gij waart zoo schoon, als ik kon droomen;
'k zei aan de starren laat dem hemel op haar stroomen.
'k zei aan uw oogen: stroom in mijn ziele!