Doden - Verloving

E. Tinel

Hou op, hou op met slapen

en schei met droomen uit!

Thans wordt onze echte bezegeld, --

gij, bleeke, zoete bruid!

De linden zullen ruischen

vol wondren vooglenzang,

de sterren zullen beschijnen

den zwijgenden bruiloftgang.

O kom! De feeststoet nadert,

de klokken luiden alreê;

ver, in de nevelen, dagen

de priesters, wit als snee.

De maan, -- reusachtige hostie,

bekroont den heuvelkling --

Daar schenk ik u te pande

den gouden vingerring...

Hou op, hou op met slapen

en schei met droomen uit.

Ik prang u in mijne armen,

gij, bleeke, doode bruid!