Raven
E. Tinel
Gij zijt gestorven, en rust daar zoo zoet,
en ligt daar zoo stil in uw doodkist neer...
Maar ach! al die min, die mijn hert heeft gevoed,
maar ach! al die droomen van 't dichtergemoed,
die bleven, die bleven, en roepen U weer!
Gij zijt gestorven, en rust daar zoo zoet,
en ligt daar zoo kalm onder 't wuivende gras...
Maar ach! al mijn hopen, in aakligen gloed,
als pikzwarte raven met bekken vol bloed,
doorboren mijn boezem met spottend gekras!