Dans

M. de Jong

Maanlicht en toover van het sterren - spelen

en bosch -aromen, dwaallicht op de paden,

gloeibout, dat glanst en dat gewuif van waden

en melodieën als van verre veêlen.

Vreemd leven is in ' t bosch van tikken, fluist'ren,

van zacht verwaaien wat de blaêren zeien,

en waar naaldboomen staan in rechte rijen

klinkt ijl - fijn suizen helder bij het duist'ren.

Dat groen- goud ginder is dat elfenhaar,

en fonk'len in het maanlicht de juweelen,

nu droomen - reidans heerlijk wordt gevierd?

Wat is dat schoon, de maan werd vol en klaar,

' t bosch trilt van zang door ' t wondervolle spelen

van rei, die licht langs hooge stammen zwiert.