Toverspel van vonk en vedel

M. de Jong

Tooverspel van vonk en vedel,

't zijn zigeuners in den nacht,

bij de vuren klinkt het edel

zangen-zwieren, wild of zacht.

Zware rookkolommen stijgen

tot de goudvlam hooger tongt...

tooverspel, tot klanken zwijgen,

wat toch was het wat gij zongt?

Stil de vedel; en de starren

fonk'len boven heuvelrij;

donker-dof het bosch der sparren

bij de nacht-verdroomde hei.