Eenzaam berkje
M. de Jong
' t Eenzaam berkje staat in zon te blinken,
zilverblauw de fijne, blanke bast,
dun de twijgen en de top, die wast,
zomerliedjes laat een merel klinken.
Bij ' t riviertje staat een knaap te drinken,
buigt al dieper door iets schoons verrast,
tot hij weer, door ' t water schrijdend, plast,
en aan land wedijvert met de vinken.
Langs het boschpad, voerend door valleien,
tijgt hij fluitend naar het hoog, wit huis,
waar de sparren staan in rechte rijen,
Waar de lucht doorgonsd is van gesuis,
maar ikzelf hoor droom'rig naar het vleien
van mijn berk, die zingt met zacht geruisch.