Erica
M. de Jong
Paars op de heide waar het loont te rusten,
bloeit erica, die heerlijk ging ontluiken,
wat is ' t een weelde om er in weg te duiken
en ver te staren naar de kimme-kusten.
Hoe golven-heen die kleine wilde struiken,
die gloeien zacht en die mijn weemoed susten,
zoodat ik denkend aan de geestbewusten,
weer werken kon en werken werd me ontluiken.
Ver blinken blond als duinen heuvelrijen,
en dichtbij zijn de wegjes, zijn de dalen,
en om en om dat gloeiend bloesempralen,
Dat tooverspel van geven en verblijen.
Van mooie wond'ren aldoor zij verhalen
in ' t tooverland van vlinders en van bijen.